Rubriek Multidisciplinair kunstenaar Danya Weevers: makers van nu over hun lening van toen
Sluit je een lening af, dan heb je een plan. Om te starten, te overbruggen of te investeren in groei. Dat kan met een cultuurlening van Cultuur+Ondernemen. Maar hoe pakt het uit in de praktijk? Helpt de financiering je om je doelen te bereiken? Met makers van nu blikken we terug op leningen van toen. Zoals met multidisciplinair kunstenaar Danya Weevers. “Mede dankzij de Cultuurlening kon ik mijn beroepspraktijk een andere kant op sturen.”

Had je Danya zo’n zes jaar geleden gesproken, dan vertelde ze vol vuur over haar eigen fashion studio. Dat ze duurzame kleding ontwierp, minimalistisch en aan te passen op verschillende weertypen en seizoenen. Naast een helder artistiek-inhoudelijk verhaal is ook de zakelijke kant onmisbaar voor een fashion designer: de kleding moet gekocht en gedragen worden. Danya wist: bekendheid voor mijn werk is belangrijk. Maar hoe krijg je dat voor elkaar? Danya bezocht de Fashion Weeks in onder meer Vancouver, Londen en Berlijn: belangrijke plekken om een netwerk op te bouwen en uit te breiden. Voor haar deelname aan die laatste – de Fashion Week in Berlijn – vroeg ze een cultuurlening aan.
Een cultuurlening, waarom eigenlijk?
Danya: “Als ik iets wil, dan ga ik er ook helemaal voor. En dat was in dit geval: meer bekendheid krijgen voor mijn werk en zorgen dat mijn kleding gekocht werd door boetieks. Ik wist dat de Fashion Week goed bij die doelen paste. Tijdens NEONYT (een vakbeurs voor duurzame mode, innovatie en technologie tijdens Fashion Week Berlijn, red.) kon ik een stand huren. Maar zo’n stand kost aardig wat geld. En dan was er nog de reis naar Berlijn, mijn verblijf daar én natuurlijk de productie van een collectie met samples om in Berlijn te laten zien. Daar had ik geld voor nodig.”
Overwoog je nog andere financieringsbronnen?
“Ik had al een paar keer eerder een succesvolle crowdfundingcampagne gehad, maar daar wilde ik nu niet nog een keer mee aankomen. In de fashionindustrie zijn er weinig andere financieringsopties, zoals subsidies. Ik denk omdat het als iets commerciëlers wordt gezien dan kunst. Voor mij was een lening afsluiten een logische stap.”
Vond je het spannend om te lenen?
“Zeker niet. Ik zie een financiering als een investering in mijn eigen kapitaal en autonome groei. Als ondernemer moet je durven investeren om stappen te zetten. Ik ben nooit bang geweest om risico’s te nemen. Bovendien leverde Berlijn veel op. Ik kwam in contact met inkopers van boetieks wereldwijd, ik werd verschillende keren geïnterviewd en ik breidde mijn netwerk flink uit. Dat was voor mijn beroepspraktijk op dat moment veel waard. En ik stond er niet alleen voor: voordat ik de lening afsloot, sparde ik met een adviseur van Cultuur+Ondernemen over de haalbaarheid van mijn plan.”
Je sloot nog een keer een Cultuurlening af. Hoe was het die tweede keer?
“Weer ontzettend fijn dat dit kon. Het was voor mij de hoognodige opmaat naar mijn huidige beroepspraktijk als autonoom kunstenaar, nadat ik mijn fashiononderneming los heb gelaten. In de coronaperiode waren veel boetieks failliet gegaan en degenen die standhielden, kochten steeds veiliger in. Ze bleven bij de merken die ze al kenden, waarvan ze zeker wisten dat klanten ze wilden kopen. Ik kwam er gewoon niet tussen. Ik kreeg de neiging om dán maar kleding te maken die zij wel wilden hebben. Maar ik werd daar ontzettend ongelukkig van en besefte: ik moet mijn creativiteit vrij kunnen laten stromen. Anders werkt het niet voor mij. Daarom koos ik er uiteindelijk voor om mijn werk als modeontwerper achter me te laten en als autonoom kunstenaar verder te gaan.”
Je leende dus kort ná je carrièreswitch. Dat was zéker wel spannend?
“Nee, nog steeds niet. Kijk: voor mijn werk nu zijn artist-in-residencies en workshops erg belangrijk. Om onderzoek te doen en te experimenteren, los van de drukte van alledag. Dan gaat het bij mij stromen, merk ik. In 2024 ging ik een maand naar een residentie in IJsland. Daar had ik subsidie voor gekregen, maar dat geld kwam pas ná de afrekening voor die residentie. Met de lening kon ik die rekening dus betalen: ik gebruikte het als een overbrugging. Toen ik de subsidie kreeg, heb ik daarmee meteen de Cultuurlening terugbetaald. In die zin heeft de Cultuurlening mij dus geholpen om mijn beroepspraktijk een andere kant op te sturen.”

Hoe gaat het nu?
Goed. Ik heb verschillende residentieplekken gehad na IJsland. Nu ben ik net terug uit Spitsbergen. Door die afzondering krijgt mijn artistieke handtekening steeds meer vorm. Ik ben altijd erg op mezelf geweest en werk nu nog alleen. Maar samen in een creatieve bubbel zitten en sparren geeft nieuwe inzichten, merkte ik daar; daarvoor stap ik graag uit mijn comfortzone. Ik beperk me nooit tot één discipline, maar merk dat ik organisch steeds helderder krijg waarin ik me het best kan uiten. Mijn werk beweegt zich richting installaties. Met frisse ideeën uit Spitsbergen wil ik voor deze installaties de samenwerking aangaan.”
Hoe kijk je terug op je leningen?
“Ik ben erg blij dat ik het heb gedaan: beide keren heeft de investering me veel opgeleverd. Dat is ook wat ik tegen andere kunstenaars zou willen zeggen: gun jezelf dit. Denk groot, maak een ijzersterk plan en durf zakelijk risico te nemen. Investeren in je eigen kunstpraktijk is de enige weg naar échte onafhankelijkheid. Niet twijfelen, maar doen."
Andere artikelen in de rubriek 'makers van nu over hun lening van toen'
-
Stuur een e-mail naar Hilde van den Berg hilde@cultuur-ondernemen.nl -
Bekijk de LinkedIn pagina van Hilde van den Berg