Interview Van projectsubsidie naar meer continuïteit: hoe maak je je organisatie weerbaarder?
Veel culturele organisaties werken van project naar project. Die manier van werken geeft ruimte aan beweging, vernieuwing en artistieke ontwikkeling. Het vraagt ook steeds opnieuw om financiering, planning en organisatiekracht. Wat gebeurt er als een subsidie stopt, een fonds andere keuzes maakt of een project niet wordt verlengd?
In de training Van Projectorganisatie naar Toekomstbestendige Organisatie onderzoeken deelnemers hoe ze hun organisatie steviger kunnen maken. Benieuwd naar wat de training je kan opleveren? Trainer Tijmen Rümke geeft een inkijkje in de vragen en denkrichtingen waarmee deelnemers aan de slag gaan.
Tijmen is een van de twee trainers, naast Alexander Ramselaar. Waar Alexander zich richt op financieringsvraagstukken en het opbouwen van meerjarige relaties met financiers, helpt Tijmen deelnemers om ondernemender te kijken naar hun organisatie, de waarde die ze leveren en hun verdienmodel. Aanmelden kan tot 22 oktober 2026.
Veel organisaties beginnen bij de vraag: waar kan ik geld aanvragen? Interessanter is om eerst te kijken: voor wie heeft het werk dat je doet allemaal waarde? Wie hebben er baat bij dat jij als organisatie bestaat? En wat beteken je al of kun je nog meer betekenen voor die groepen, en is die waarde te verzilveren?
Van afhankelijkheid naar meer eigen verdienvermogen
Volgens Tijmen kan een sterke focus op projectsubsidies organisaties in een afhankelijke positie brengen. “Alsof een ander steeds bepaalt of jij iets mag doen,” zegt hij. “Dat is zonde, en ook kwetsbaar. Als een subsidie ophoudt, moet je opeens mensen laten gaan of misschien zelfs stoppen.” Subsidies en fondsen kunnen onderdeel blijven van de financiering. Een toekomstbestendige organisatie staat volgens Tijmen op meerdere poten. “Als je op één geldschieter leunt, wordt het heel spannend wanneer die wegvalt. Als je organisatie op meerdere poten staat, kun je beter een klap opvangen.”
Begin bij wie er baat heeft bij wat je doet
In de training kijken deelnemers eerst naar hun baathebbers: de mensen, organisaties of partijen voor wie hun werk waarde heeft. Dat kunnen bezoekers zijn, een gemeente, een maatschappelijke partner, een school, een bedrijf, een gemeenschap of een andere organisatie in het veld.
“Bijna alle deelnemende organisaties doen iets waar mensen iets aan hebben,” zegt Tijmen. “Ze maken iets moois, brengen mensen bij elkaar, lossen soms ook nog een ander probleem op. De vraag is: wie hebben daar allemaal baat bij? En betalen die groepen al voor je werk?”
Vaak zit de kans dichtbij. Tijmen: “Vaak zijn er dingen die je toch al doet of die je met een kleine aanpassing kunt verzilveren. Het is niet de bedoeling dat je als het ware naast je bestaande organisatie nog drie andere organisaties moet bouwen. We zoeken naar dingen die er al zijn, maar die nog niet als aanbod zijn vormgegeven.” Hij noemt dat “laaghangend fruit”: kansen die dicht bij de bestaande praktijk liggen en met een relatief kleine stap kunnen worden omgezet in een concreet aanbod. “Als je het niet aanbiedt, kunnen mensen het ook niet afnemen. Dan laat je niet alleen geld liggen, maar ook waarde.”

Een palet aan mogelijkheden
De training helpt deelnemers om meer opties te zien. Welke groepen hebben baat bij je werk? Welke behoeften leven bij hen? Welke producten, diensten, samenwerkingen of verdienmodellen zouden daarbij kunnen passen?
Het mooie is dat mensen in culturele organisaties hier vaak al veel gevoel voor hebben. Kunst, cultuur en creativiteit vragen om inlevingsvermogen in mensen en de samenleving. Het aanvoelen hoe je van waarde kunt zijn voor mensen of organisaties lijkt daar ontzettend veel op.
Het ziet er op een gegeven moment uit als een palet aan opties. Tijmen: “Je verkent verschillende mogelijkheden. Misschien bedenk je er vijf of tien, en blijken er twee echt kansrijk. Dan ben je al een stap verder.” Dat palet ziet er voor elke organisatie anders uit. Soms gaat het om een nieuwe dienst, soms om een bestaande relatie die verdiept kan worden. Soms om een abonnementsvorm, een samenwerking met meerdere partijen of een structurelere financieringsrelatie.
Leren van andere organisaties
Een belangrijk onderdeel van de training is dat deelnemers met elkaar aan het werk gaan. Veel zakelijk verantwoordelijken staan binnen hun organisatie relatief alleen in hun rol. Ze zoeken vaak een plek om vrij te sparren over strategische vragen. Juist daarom is de groep zo waardevol. “Ik heb ook niet voor iedereen het antwoord,” zegt Tijmen. “Doordat er zoveel ervaring in de zaal zit, hoor je hoe anderen georganiseerd zijn, welke geldstromen zij hebben, welke positie zij innemen in het veld en wat bij hen wel of niet werkt.” Dat levert herkenning op en brengt nieuwe ideeën op gang. “Je ziet variatie. En die variatie geeft opties. Je kunt elkaar vragen: als ik dit zou overwegen, hoe hebben jullie dat gedaan?”
Voor wie is deze training bedoeld?
De training is bedoeld voor culturele organisaties en zakelijk verantwoordelijken die veel realiseren en zoeken naar meer continuïteit. Bijvoorbeeld omdat ze afhankelijk zijn van projectsubsidies, hun financieringsmix willen verbreden of scherper willen krijgen welke waarde hun organisatie heeft voor verschillende groepen.
Volgens Tijmen past de training goed bij mensen die gedreven zijn door inhoud en de organisatie daaromheen sterker willen maken. “Veel creatieve en missiegedreven organisaties zijn gestart vanuit een sterke inhoudelijke motivatie,” zegt hij. “Het ondernemerschap en de organisatie eromheen bouwen is echt een andere slag. Daar help ik graag bij.”
Heb je vragen over het programma? Neem dan contact op met Karen de Meester via karen@cultuur-ondernemen.nl of Faye Holdert via faye@cultuur-ondernemen.nl.
-
Stuur een e-mail naar Faye Holdert faye@cultuur-ondernemen.nl -
Bekijk de LinkedIn pagina van Faye Holdert