Interview Samenwerken met een ander domein? Vijf belangrijke randvoorwaarden
Steeds meer culturele organisaties zoeken de samenwerking op met andere domeinen, zoals de zorg of het publieke domein. Dat biedt kansen: je maakt maatschappelijke impact, ontmoet nieuwe doelgroepen en je komt in aanmerking voor andere financieringsbronnen. Tegelijkertijd vraagt het om een andere manier van werken. Wat binnen de cultuursector vanzelfsprekend is, werkt niet altijd in een andere context. Waar lopen samenwerkingspartners tegenaan wanneer ze werken met een culturele organisatie? In gesprek met Madelon van Riel (projectleider Kunst en Zorg bij zorgorganisatie Cordaan) over de randvoorwaarden voor een succesvolle samenwerking tussen verschillende domeinen.

Samenwerkingspartners delen hun noodzaak of motivatie
Samenwerken met een maatschappelijke partner kan aantrekkelijk zijn voor een subsidieaanvraag. Maar het project mag niet draaien om die subsidie. Een goede samenwerking start altijd met een gedeelde inhoudelijke noodzaak, aldus Madelon. Als voorbeeld noemt ze een project van Cordaan en Theater De Krakeling. De aanleiding was een concrete vraag: hoe bereiken we kinderen met een beperking? Vanuit die gezamenlijke ambitie ontstond stap voor stap een samenwerking waarmee ze tot nu toe vier schoolvoorstellingen programmeerden.
Door vanuit een gedeelde motivatie met een project te starten, is de samenwerking gelijkwaardig. Dat laat dit voorbeeld mooi zien. Het is niet iets wat afgevinkt moet worden, maar waar de partners – in dit geval Cordaan en De Krakeling – met volle overtuiging aan meewerken. Ze benutten hun expertise voor de volle honderd procent om er een succes van te maken. En dat, merkt Madelon, heeft een positieve weerslag op de slagingskans van het project.
Je moet de samenwerking echt nodig hebben. Dan heb je elkaar wat te bieden.
Vraag jezelf af: zouden we deze samenwerking ook aangaan als er geen subsidie tegenover stond?
Een open, kritische en nieuwsgierige blik is de grondhouding
Veel misverstanden ontstaan doordat organisaties aannames doen over wat mensen nodig hebben, willen of interessant vinden. Dat gebeurt niet uit onwil, maar vaak uit onbekendheid. Het overkwam Madelon zelf, vertelt ze, toen ze jaren geleden voor bewoners van een verpleeghuis van Cordaan een museumbezoek organiseerde. "Ik kwam trots binnen om de bewoners over het bezoek te vertellen. Toen riep een vrouw: 'En jij denkt dat ik zin heb om naar het Rijksmuseum te gaan?'"
Madelons antwoord was even eerlijk als confronterend: ze wist inderdaad niet wat de bewoners zélf wilden. Vanaf dat moment veranderde haar manier van werken. Ze ontdekte: nieuwsgierigheid is misschien nog wel belangrijker dan expertise. Als partners elkaar gedurende het ontwikkelproces durven te bevragen, leren ze van elkaar en dat leidt weer tot een betere uitkomst voor het project.
Als je niet meteen op één lijn zit, leer je juist het meest van elkaar.
Stel vragen voordat je oplossingen bedenkt. Betrek de mensen voor wie je het project opstart er vanaf de conceptfase bij en blijf dat doen gedurende het proces.
Het project komt tot stand met de doelgroep
Een andere randvoorwaarde is dat de doelgroep voor wie het project bedoeld is, al aan het begin van het proces in beeld komt. Cordaan krijgt regelmatig telefoontjes van organisaties die een tentoonstelling of voorstelling hebben ontwikkeld en vervolgens op zoek zijn naar bezoekers. ‘We hebben een hele mooie expositie en hebben plek voor 25 mensen met dementie. Kunnen jullie morgen komen?’, klinkt het dan.
Volgens Madelon is het een gemiste kans wanneer een culturele organisatie de doelgroep te laat betrekt bij een project. Deze mensen komen namelijk niet alleen iets halen, ze hebben ook iets te brengen. Zij zijn immers ervaringsdeskundig en weten als de besten wat zij nodig hebben. Bij succesvolle projecten worden deze ervaringsdeskundigen vanaf het begin betrokken, weet Madelon. Niet als deelnemer, maar als expert. Dat leidt vaak tot betere inhoudelijke keuzes, meer draagvlak en een grotere impact.
Betrek de doelgroep al tijdens de eerste gesprekken en behandel ervaringsdeskundigen als experts.
Als je een verhaal wilt vertellen, moet je de expert bij het verhaal betrekken.

De samenwerkingspartners leggen de puzzel samen
Veel culturele organisaties benaderen een samenwerkingspartner, zoals een zorgorganisatie, pas als er al een plan ligt. Dat lijkt efficiënt, maar werkt vaak averechts. Wanneer een project al vastligt, blijft er namelijk weinig ruimte over voor de kennis, ervaring en behoeften van de andere partij. Zonde, want juist daar zit de meerwaarde van domeinoverstijgend samenwerken. Madelon: "Hoe meer een project al is ingevuld, hoe ingewikkelder het wordt. Het beste is om te starten vanuit een leeg raamwerk, waar je sámen aan verder timmert."
De meest succesvolle samenwerkingen starten met een open vraag. Bijvoorbeeld: we willen verhalen zichtbaar maken die nu weinig gehoord worden. Wat kunnen we daarin voor elkaar betekenen? Iedere partner heeft zijn eigen corebusiness. Het is de kunst om zowel de eigen doelstellingen te behalen als samen tot iets nieuws te komen. Dat werkt alleen met een gelijkwaardige samenwerking, waarin ieders input belangrijk is.
Benader een samenwerkingspartner niet met een kant-en-klaar aanbod, maar met een vraagstuk dat jullie samen kunnen onderzoeken.
Als je het gesprek begint met een open vraag zoals ‘Wat kunnen we voor elkaar betekenen?’, leg je meteen een goede basis.
Impact staat centraal, niet de harde cijfers
Veel culturele organisaties zijn gewend om eenmalige activiteiten te organiseren, zoals voorstellingen, workshops of tentoonstellingen. Maar dat werkt niet voor iedereen. Dat geldt ook voor Cordaan. Culturele trajecten bestaan bij deze zorgorganisatie altijd uit minimaal zes contactmomenten. Veel cliënten hebben namelijk tijd nodig om aan een nieuwe omgeving, activiteit of groep mensen te wennen. De sleutel zit ‘m volgens Madelon in herhaling, vertrouwen en verdieping.
Dat vraagt iets van een culturele organisatie. Je moet misschien op een andere manier denken en werken dan je gewend bent. Niet iedere activiteit hoeft direct resultaat op te leveren. Een eenmalige workshop of voorstelling kan een mooie eerste kennismaking zijn, maar leidt in dit geval niet tot blijvende verandering. Madelon vraagt daarom liever wat een activiteit op de langere termijn teweegbrengt dan hoeveel mensen eraan deelnamen.
Is het project gesubsidieerd? Dan sluiten de behoeftes van de subsidieverstrekker en de samenwerkingspartner op dit vlak misschien niet op elkaar aan. Al zien we wel dat subsidiegevers en fondsen steeds vaker verschuiven naar impactgericht werken. Linksom of rechtsom: het is altijd een goed idee om de impact van het project in een vroeg stadium met de financier te bespreken.
Kijk niet alleen naar publieksbereik, maar ook naar de diepte van de ervaring en de langdurige impact op deelnemers.
Eenmalige activiteiten hebben geen impact op onze doelgroep.
Tot slot
Domeinoverstijgend samenwerken vraagt om een andere houding. Het begint niet met een projectplan, maar met nieuwsgierigheid. Niet met een oplossing, maar met een vraag. Pas wanneer organisaties bereid zijn om samen te onderzoeken wat nodig is, ontstaat ruimte voor gelijkwaardigheid, wederzijds leren en projecten die een verschil maken over de grenzen van domeinen heen.
-
Stuur een e-mail naar Hilde van den Berg hilde@cultuur-ondernemen.nl -
Bekijk de LinkedIn pagina van Hilde van den Berg