Skip naar content
Skip naar content

Verdieping Bottom-up innoveren in de culturele en creatieve sector? Drie lessen om je op weg te helpen

Bottom-up innovatie in de culturele en creatieve sector is hard nodig. Nieuwe initiatieven dragen namelijk bij aan een toekomstbestendige sector. Toch is innoveren van onderaf niet zo makkelijk. Waar vind je financiering en hoe kom je aan de nodige ondernemerschapsskills? Tijdens het seminar van Art-Up op 24 april over dit onderwerp, deelden experts én creatief ondernemers hun lessen.

Bottom-up innovatie in de cultuursector: wat verstaan we daaronder?

Het gaat vaak om initiatieven die zélf geen cultureel aanbod (lees: voorstellingen, kunstwerken of tentoonstellingen) maken, maar die iets toevoegen aan de bestaande culturele infrastructuur. Meer nog dan in andere sectoren ontstaan innovatieve plannen in de cultuursector vanuit idealisme. Dát er verandering moet komen, is helder. Ook als de daarvoor noodzakelijke ondernemerschapsskills en middelen – zoals geld – er (nog) niet zijn. Dat maakt de toekomst van dit soort ideeën kwetsbaar. Overleven is al een uitdaging, laat staan schalen of op zijn minst een break-even-point bereiken. Complicerende factor is dat innovaties in de cultuursector lastig in een bestaand vakje passen. Het zijn niet voor niets innovatieve ideeën: de bedenkers proberen juist iets in het bestaande systeem te veranderen. En dat is voor financiers weer ingewikkeld: het is anders dan anders én de uitkomst is vaak nog onzeker.

Bottom-up innoveren in de cultuursector is lastig, maar het kán wel. Zie voorbeelden als Cineville, Young Collectors Circle en de ruim dertig initiatieven die de afgelopen vier jaar het Art-up incubatorprogramma doorliepen. Samen met financieringsexperts uit de cultuursector delen ze drie lessen en een bonustip voor iedere cultureel ondernemer die werkt aan bottom-up innovatie.

Les 1: Neem zélf de leiding met een duidelijke missie en bijbehorende doelen

Eén pilotsubsidie. En daarna – boem – het bekende zwarte gat. Zo ging dat in het eerste jaar van Young Collectors Circle. Zicht op nieuwe subsidie was er niet. Nienke: “We pasten niet goed in de hokjes. Een regeling vinden was daardoor lastig.”

Het kost veel energie: leuren met je idee en dan steeds nul op het rekest krijgen bij fondsen. Je kunt dan twee dingen doen. Of je gooit de handdoek in de ring, of je kiest voor een nieuwe strategie. “Wij kozen voor een andere benadering. Eerst formuleerden we een stevige missie – saving the art world one artwork at a time – die we vervolgens gebruikten als leidraad voor alles wat we deden. Dat zorgde voor een bredere blik. Want bij zo’n missie passen ineens ook andere stakeholders dan alleen de fondsen.” Een belangrijk punt, zeker omdat culturele start-ups meestal nauwelijks bewijsmateriaal hebben voor hun potentiële impact, vertelt Jon Heemsbergen (oprichter van Art-up): “Je hebt nog weinig track record, er zit nog veel onzekerheid in wat je doet. Waar begin je, en hoe breek je door? Een missie en doelen geven daar houvast bij.”

Hoe formuleer je een missie? Bedenk welk probleem je oplost en voor wie, tipt Thomas Hosman van Cineville. Dáár ligt je missie. “In ons geval was dat: een filmsector die kampte met een imagoprobleem. Dat wilden we veranderen. Heel belangrijk om dit goed scherp te krijgen. Want zonder probleem ontbreekt je meerwaarde. Het is dan heel lastig om van een plan een succes te maken.”

Man met microfoon in hand
Thomas Hosman, Cineville

Hoe hielp de scherpe missie Young Collectors Circle verder? Inmiddels kon de organisatie een aantal vermogende particulieren tot haar achterban rekenen. Mensen bij wie de missie de juiste snaar raakte. “Een van onze particuliere investeerders wilde ons structureel steunen. Maar dan wél met een duidelijk businessplan als basis.” Die eerste particuliere structurele financier huurde een scale-upexpert in voor Young Collectors Circle. Steun die op dat moment perfect bij de organisatie paste. Nienke: “Dat was een belangrijk inzicht. Door onze doelen en impact per financieringsronde zo concreet mogelijk te maken, is de kans op een match met een financier of investeerder groter. Ook daarin is de missie dus leidend.”

Les 2: Weet wat je waard bent, en draag dat ook uit

Zicht op het probleem dat je oplost, de doelgroep die daarbij hoort en een bijbehorende missie: het zijn de eerste ingrediënten voor een succesvolle start-up. Op die manier breng je namelijk je waarde in beeld. Iets dat een ander graag wil hebben. Zo graag dat diegene er zélfs voor wil betalen. Dat geldt voor allerlei stakeholders, zoals mogelijke klanten, financiers, bezoekers en fondsen. En dat is belangrijk, misschien nog wel meer voor innovatieve start-ups dan voor andere partijen in de cultuursector, legt Jon uit. “Dit soort initiatieven passen niet in de bestaande hokjes, simpelweg omdat ze nog niet bestonden toen de hokjes bedacht werden. Duidelijk maken wat je toevoegt, is daardoor vaak nóg harder werken. Tijdens ons Incubator-programma helpen we cultureel ondernemers bij het vaststellen van die unieke waardepropositie.”

“Realiseer je dat jij iets toevoegt dat wij nodig hebben”, duidt programma manager Martine Consten van het VSB Fonds tijdens het seminar. Een fonds richt zich op bepaalde maatschappelijke of culturele doelen en heeft daarvoor goede projecten nodig. Het helpt dus om hen als een klant te zien: met jouw project bied je hen impact, en daar betalen ze voor. Martine: “Kom met dat zelfvertrouwen op ons af. Dan hebben we een heel ander gesprek dan wanneer je een hulpvraag stelt.”

Voorgrond: achterhoofden van publiek. Achtergrond: moderator en vier panelleden op een podium.
Panel gesprek met (v.l.n.r.) Jon Heemsbergen, Alexander Ramselaar, Henk Christophersen, Martine Consten, Merijn ten Thije

Belangrijk is dat wát je vertelt, ook door de ander verstaan wordt, tipt Nienke. “Gaandeweg merkten we dat voor partijen buiten de cultuursector vaak onbekend is hoe het er hier aan toe gaat. De KPI’s (kritieke prestatie-indicatoren) en criteria waarmee we hier meten, zijn vaak totaal anders dan in bijvoorbeeld het bedrijfsleven.” Verdiep je in de partijen waar je graag mee samenwerkt: verken hun ambities, doelen en werkwijze en zoek naar de deler die je gemeen hebt. Zorg dat je elkaars taal spreekt. Henk Christophersen, algemeen directeur Fonds 21, haakt daarop aan: “Mijn advies is: laat zien dat je de risico’s kent en nagedacht hebt over hoe je ze afdekt. Wij zijn zeer bereid om mee te denken. Of om ons brede netwerk van private en publieke fondsen in te zetten.”

Voorbeeld uit de praktijk

In de cultuursector zijn we gewend te kijken naar het eindproduct en het publiek. Maar je waarde zit ‘m misschien ook in het proces. Zo vertelt Alexander Ramselaar, adviseur financieren bij Cultuur+Ondernemen, over een bestekontwerper. Voor de productie van zijn nieuwe productlijn zocht hij een fabriek. Het maken van het bestek was zó innovatief dat de fabrikant dacht dat het onmogelijk was. Hij besloot het experiment met de bestekontwerper aan te gaan, op eigen kosten, omdat hij daar als fabrikant óók weer veel van leerde. Dit toont aan: jouw meerwaarde voor een ander ligt soms ergens anders dan je van tevoren dacht.

Les 3: Laat zien wat je impact is (en blijf dat doen)

Investeren in innovatieve plannen is spannend. De uitkomst is niet altijd zeker. Het is nieuw, dus onbekend. En omdat je met jouw plan het bestaande systeem verandert, al is het maar een heel klein beetje, stuit je misschien zelfs op weerstand. “Voor ons was het heel belangrijk om in gesprek te blijven met de filmtheaters die zich bij ons aansloten. In het begin was er bijvoorbeeld argwaan over waar het geld dan heenging. En of er geen geld aan de strijkstok bleef hangen”, vertelt Thomas. “Door continu te blijven praten zijn we uit de wij/zij-gedachte gekomen. Cineville is zo een platform geworden dat we samen met de partners dragen. De vraag is nu niet meer: wie krijgt welk stuk van de taart, maar: hoe kunnen we de taart met elkaar groter maken?”

Vrouw met microfoon in hand
Nienke van der Wal, Young Collectors Circle

En dat is een belangrijk punt. Want voor elke fan, stakeholder, abonnee, lid of financier geldt: de relevantie en waarde van jouw plan moeten duidelijk zijn en duidelijk blijven. Relevante stakeholders rond je plan verzamelen is één. Maar ze behouden is een continu proces. Zij willen weten: what’s in it for me? Nienke: “Een degelijk businessplan en goede governance zorgen voor vertrouwen. Dat vertrouwen behoud je door regelmatig updates te geven. Wij hebben dat in het begin niet goed gedaan. Nu doen we dat heel gestructureerd, via donormapping. Zo laten we precies zien hoeveel kunstenaars we ondersteunden, hoeveel kunstliefhebbers we bereikten en welke events we organiseerden.” Nu stelt Young Collectors Circle bijvoorbeeld: elke euro die jij in de stichting stopt, leveren we in tienvoud terug aan de sector. “Je zou het zomaar vergeten, maar het is ontzettend belangrijk om te blijven vertellen wat je nu eigenlijk bereikt. Ook of misschien wel juist aan je bestaande achterban.”

Bonusles: regel financiering per stap

Veel ondernemers die werken aan bottom-up innovaties in de cultuursector hebben moeite om financiering te regelen, blijkt uit onderzoek van Art-up. Financiering in de cultuursector is er vooral voor projecten of voor exploitatie, en nauwelijks voor innovatie of voor organisatieontwikkeling. Hoe maak je financiering dan toch behapbaar voor jezelf? Young Collectors Circle bekijkt elke ontwikkelstap als een nieuwe innovatiecyclus, net als een start-up. Dat betekent: onderzoeken, een prototype maken en valideren. Geen succes? Ook dat levert waardevolle informatie op. Met die lessen onder de arm keer je terug naar de tekentafel en doe je de hele riedel opnieuw. Zit je wél op de goede weg, dan is het een kwestie van doorbouwen. Zorgen dat het prototype een goed werkend proces of product wordt. En daar hoort ook financiering bij.

Nienke: “Zo gaan we steeds opnieuw financieringsrondes in. Per stap bekijken we: welke financiering hebben we nodig en welke impact maken we daarmee? En dan, heel concreet: wie benader ik daarvoor?” De financieringsmix van Young Collectors Circle ziet er daardoor per stap anders uit: de ene keer past een fonds bij het doel, de andere keer een cultuurlening, en weer een andere keer een particuliere investeerder, of een mix van verschillende financieringsbronnen. “Op zo’n manier naar financiering kijken is interessant. Het brengt heel veel creativiteit teweeg. En je bent niet meer afhankelijk van één partij, zoals fondsen. Daardoor blijf je als ondernemer veel meer zelf in control.”

Staande man met microfoon tussen zittend publiek
Jon Heemsbergen, Art-Up

Dit is het eerste van twee gezamenlijke artikelen van Art-up en Cultuur+Ondernemen naar aanleiding van het Art-up Seminar over bottom-up innoveren.

Partners