Cultuur+Ondernemen

Stichting Cultuur+Ondernemen is hét kenniscentrum voor ondernemerschap in de cultuursector. 

Wij volgen de richtlijnen van de overheid en het RIVM tegen de verspreiding van het coronavirus. Meer informatie over de maatregelen die wij genoodzaakt zijn te nemen, vindt u hier.

Dit moet je weten

Europese financiering voor de culturele en creatieve sector

De interesse van de Nederlandse culturele sector voor de Europese mogelijkheden groeit al behoorlijke tijd. Internationalisering is bij veel instellingen in plaats van buzzword dagelijkse praktijk geworden, marktvergroting is (bijna) geen vies woord meer en tijdens de periode van bezuinigingen was het soms pure noodzaak verder te kijken dan de nationale mogelijkheden. Wil je kennismaken met de mogelijkheden in ‘Europa’, dan is dit stuk een perfect startpunt.

Artikel door Arne Van Vliet

Over Europees cultuurbeleid

Cultuur is al vanaf het moment dat de voorlopers van de huidige Europese Unie zijn opgericht een beladen gespreks- en beleidsonderwerp. De EU mag namelijk geen eigen cultuurbeleid maken, maar alleen maatregelen nemen die het nationale cultuurbeleid van de 28 lidstaten ondersteunen (het zogeheten subsidiariteitprincipe). Daarbij is de invulling van het cultuurbeleid vooral op economische aspecten gericht, niet op culturele.

Als bijvoorbeeld in een EU-document staat: “…de culturele en creatieve sector draagt sterk bij aan het inkomen en de werkgelegenheid in de Europese Unie”, dan kan dat gelezen worden als “…ook deze sectoren vallen binnen onze gedeelde economie, dus moet de EU daar beleid op maken”. Vrij verkeer van goederen, diensten en personen vertaalt zich op deze manier naar de vraag: hoe kunnen organisaties in de culturele sector beter met elkaar samenwerken zodat culturele uitwisseling en circulatie van kunstwerken gemakkelijker wordt?  

Door deze insteek verschilt het Europees cultuurbeleid significant van nationaal beleid. In plaats van productie worden vooral distributie, mobiliteit en kennisontwikkeling gestimuleerd. Dat kreeg begin jaren ’90 vorm in een klein aantal financieringsprogramma’s voor de filmsector (MEDIA Programma), artistieke mobiliteit (Kaleidoscope), literatuur (Ariane) en erfgoed (Raphael) en is inmiddels gegroeid tot een omvangrijk programma en tal van mogelijkheden op andere beleidsterreinen.

Met het beleid wil de Europese Unie bijdragen aan een sterke Europese culturele infrastructuur. Omdat er relatief weinig budget te besteden is, wordt het heel gericht ingezet. Daarin vult het belangrijke gaten in nationaal beleid op.  Het hoofddoel van het Europees cultuurbeleid is dus ondersteuning van de lidstaten en versterking van de culturele infrastructuur op het continent. Maar ook in actuele vraagstukken kan het van belang zijn.

Gezien het huidige maatschappelijke en politieke klimaat is het Europees cultuurbeleid een gevoeliger onderwerp geworden. Kan culturele samenwerking een rol spelen in de vluchtelingencrisis? Moet er, om het Europese project te laten slagen, meer geïnvesteerd worden in kennis over onderlinge culturele verschillen en overeenkomsten tussen lidstaten? Dit zijn legitieme vragen die op Europees niveau zeker de revue passeren. Er is dus beleidsmatig ruimte voor cultuur, zolang in acht wordt genomen dat het aanvullend is op beleid van lidstaten en geen nationale cultuuruitingen ondermijnt.


Het ETEP-project van Eurosonic Noorderslag wordt gefinancierd door Creative Europe. Bron: http://festivallife.nl/2015/01/eurosonic-noorderslag-uitverkocht/

Europese financiering: the basics

Het Europees beleid biedt zeker mogelijkheden voor culturele organisaties. Juist vanwege het spanningsveld met nationaal beleid en de economische invalshoek kan het inspirerend zijn om op een andere manier naar de culturele sector te kijken. Het kan tegelijk behoorlijk ontmoedigend zijn om het internet op te gaan op zoek naar een ‘Europees potje’ waar naar verluidt iets te halen valt. Je kunt uren ronddwalen door de vele Europese webpagina’s.

Gelukkig zit er wel degelijk een logica in de Europese financieringsmechanismen. Hieronder volgen een paar tips die helpen de bomen in het Europese financieringsbos te zien.  De logica begint bij het inzicht dat er grofweg twee categorieën Europese financieringsprogramma’s zijn: decentrale en rechtstreekse. Het is namelijk zo dat het overgrote deel van het Europese budget wordt uitgegeven door de lidstaten zelf. Zo’n 80 procent van het Europese budget (van ongeveer 150 miljard euro per jaar) wordt via de zogenoemde Structuur- en Investeringsfondsen besteed (onder andere EFRO, ESF, INTERREG).


De Zwolse kunstroute Portal is mede gefinancierd vanuit het EFRO programma

Deze worden beheerd door nationale of regionale overheidsinstanties, niet door de Europese Commissie in Brussel. Handig om te weten is dat bij de decentrale fondsen veel minder focus ligt op de zogenoemde ‘Europese dimensie’, oftewel het aantal Europese samenwerkingspartners, in hoeverre een project ingaat op een Europabrede problematiek en of het economische verschillen tussen lidstaten verkleint. Bij de rechtstreekse programma’s is de Europese dimensie veel meer van belang. Hier is het Creative Europe-programma een voorbeeld van, het specifieke financieringsprogramma voor de culturele en creatieve sector.Maar bijvoorbeeld ook het programma voor onderzoek en innovatie, Horizon2020, wordt door de Europese Commissie zelf beheerd, en zo zijn er nog een aantal.

De Europese Unie werkt in zevenjarige cycli. Om de zeven jaar worden nieuwe programma’s ontwikkeld -zowel decentraal als rechtstreeks- die het budget vastzetten en in grote lijnen de prioriteiten bepalen voor de jaren die komen gaan. Op dit moment zitten we in de cyclus 2014-2020, met beleidsfocus “smart, sustainable and inclusive growth”. Dat klinkt net zo breed als het is, wat een gevolg is van de moeilijkheid om met 28 lidstaten een gemeenschappelijke agenda op te stellen. Op dit moment, begin 2018, worden de toekomstige programma’s voor 2021-2027 voorbereid. Dat geldt dus ook voor het Europees cultuurbeleid. De Europese Commissie heeft voorgesteld dat er significant meer budget moet komen voor de culturele en creatieve sector, positief nieuws is voor de sector.

Speerpunten voor cultuur

Het directe budget voor cultuur via Creative Europe is zo’n 210 miljoen euro per jaar. Binnen de andere programma’s is bij elkaar opgeteld naar schatting een vergelijkbaar bedrag beschikbaar. Meer dan de helft van het Creative Europe budget is bestemd voor de Europese filmsector (56 procent), ongeveer 30 procent gaat naar de (andere) culturele sectoren en de rest naar zogenoemde crosssectorale activiteiten. De intentie is om met dit budget zoveel mogelijk grensoverschrijdende culturele activiteiten te financieren. Daarbij houdt de EU zich verre van artistieke criteria. De focus ligt op capaciteitsopbouw, mobiliteit en publieksbereik, waarbij beoordeeld wordt op relevantie, kwaliteit van de samenwerking en de impact van een project op de Europese culturele sector en de Europese burgers.

Dit kan meerdere invullingen krijgen. Zo zijn er grote Europabrede initiatieven zoals EuropaCinemas (filmcirculatie) en het European Talent Exchange Programme (mobiliteit van popartiesten). Ook ‘kleine’ samenwerkingsprojecten in kunstniches zoals fotografie of sculptuur worden gesteund, omdat die een relatief groot bereik hebben binnen hun Europese werkveld.

Het Creative Europe Programma is specifiek bedoeld voor de culturele en creatieve sector. Voorbij Creative Europe zoeken naar EU-financiering is vaak lastiger. In de verdere zoektocht voor culturele organisaties of projecten helpt het om de twee basics (decentraal-rechtstreeks, zevenjarencycli) in het achterhoofd te houden. Heeft je project een Europese dimensie? Zo niet, dan heeft het weinig zin om bij de rechtstreekse programma’s te kijken, maar liggen er wellicht kansen bij de Structuur- en Investeringsfondsen.

Kijk daarnaast of het onderwerp/thema van je project of de visie van je organisatie aansluit bij een van de zevenjarige programma’s. Is het onderwijsgerelateerd? Dan kan het Erasmus+-programma mogelijkheden bieden. Start je een toerismeproject met aandacht voor cultureel erfgoed en lokale werkgelegenheid? Dan zijn er kansen bij EFROINTERREG of COSME. Door een bredere invulling te geven aan ‘cultuur’ zijn er raakvlakken met sociale cohesie, onderzoek en innovatie, werkgelegenheid, onderwijs, vestigingsklimaat, regionale ontwikkeling, toerisme, ontwikkelingssamenwerking, en daarmee met een behoorlijk aantal EU programma’s. En als er geen kansen zijn, is dat ook nuttig om te weten.  

Aan de slag met een Europese projectaanvraag, wat te verwachten?

Een basisregel voor EU-financiering is: begin er niet mee vanwege het geld, maar vanuit de overtuiging dat op Europees niveau werken iets toevoegt aan jou, je organisatie en de (artistieke en zakelijke) visie die je organisatie heeft. Het is namelijk een proces waar je met een helder doel voor ogen en goede voorbereiding in moet stappen. Het gaat om serieuze bedragen en dat vraagt om serieuze projectvoorstellen, die gepaard gaan met een intensieve voorbereiding, het opzetten van partnerschappen, een goede administratie en financiële verantwoording.

Het goede nieuws is dat het door digitalisering en versimpelde procedures steeds gemakkelijker wordt. Daarnaast zijn meerdere regelingen opzettelijk laagdrempelig, zoals het SME Instrument voor (ook creatieve) startups en MKB. Het is en blijft wel een behoorlijke uitdaging voor de meeste organisaties om aan een Europees project te beginnen. Daarom volgen hieronder een paar handvatten.  

Documenten...

Voor projectfinanciering werkt de EU met ‘Calls for Proposals’. Dit zijn oproepen voor projectvoorstellen die tot doel hebben activiteiten te financieren die de beleidsdoelen van de EU helpen realiseren. De zevenjarige programma’s zijn richtinggevend in de speurtocht naar een goede call for proposals. Voor elk zevenjarig programma bestaan (veel) verschillende documenten, en het is –op z’n zachtst gezegd– handig om te kunnen onderscheiden welk document je voor je hebt. Zo is er voor elk programma een meerjarenprogramma (multi-annual work programmes, bij de decentrale programma’s: operationeel programma), waarin de algemene uitgangspunten staan. Daarnaast zijn er jaarprogramma’s (annual work programmes). Hierin staan bijvoorbeeld de jaarlijkse beleidsfocus, publicatiedata en deadlines van de calls.

Aan de hand van deze documenten kun je al een plan van aanpak maken, nog voor de publicatiedatum. Als een Call wordt gepubliceerd, wordt dat vergezeld van nog een heel aantal documenten. De ‘Guidelines’ zijn dan het startpunt: een uitgebreide tekst met de beleidsprioriteiten, het beschikbare budget, selectiecriteria, deadline, financiële voorwaarden etc. allemaal bij elkaar. Met dat document bij de hand kun je zorgen dat een projectvoorstel in ieder geval aan de formele eisen voldoet.  

…partners…

Als je een geschikte call for proposals hebt gevonden bij een decentraal of rechtstreeks Europees programma en denkt een kans te maken, is de eerste stap om te kijken naar eerder gefinancierde projecten binnen deze regeling. Niet alleen kun je hieruit afleiden wat voor projecten goed liggen bij de beoordelaars, maar ook geeft het een beeld van de Europese sector en welke organisaties hier al actief in zijn. Dit zijn mogelijke concurrenten, maar –belangrijker– ook mogelijke samenwerkingspartners. Bij veel financieringsregelingen is het een vereiste om met meerdere organisaties uit verschillende landen een aanvraag in te dienen. Als je organisatie nog niet internationaal werkt, is het wellicht zinvol je aan te sluiten bij een bestaand project en niet meteen zelf een nieuw samenwerkingsverband op te tuigen.  

… en hulptroepen

Voor bijna alle programma’s zijn nationale informatiediensten in het leven geroepen die als taak hebben informatie te delen over de Europese financieringsmogelijkheden. Zo is er voor het Creative Europe Programma een Desk ondergebracht bij DutchCulture en zijn er adviseurs over Horizon2020 (onderzoek en innovatie), COSME (ondernemerschap en toerisme) bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Ook voor de decentrale programma’s bestaan Nederlandse informatiepunten. Maak hier gebruik van.

Een goede projectaanvraag voldoet aan...

Wat maakt een projectvoorstel goed? Een aantal kernpunten: in de aanvraag wordt de match van je project met de Europese beleidsprioriteiten zonneklaar gemaakt, het project gaat daadwerkelijk in op een bestaand probleem of een bestaande behoefte/urgentie in de sector, en binnen het project wordt samengewerkt met partners die elkaar complementeren én het project succesvol tot een eind kunnen brengen. Gecombineerd met een goede projectstrategie, heldere activiteiten en een realistische begroting ben je een heel eind. Beperk daarbij het aantal ‘wishful thinking’-resultaten (bijvoorbeeld wat betreft publieksbereik) tot een minimum en maak de activiteiten niet te ingewikkeld. Dat laatste is zowel voor de beoordelaar als voor het project zelf een zegen: als de financiering wordt toegekend is het natuurlijk de bedoeling dat het project ook zo wordt uitgevoerd als is voorgesteld.  

Ingediend, en dan?

Na het indienen worden alle voorstellen eerst gecontroleerd op compleetheid. In het geval van de rechtstreekse programma’s komt vervolgens een aantal experts uit het veld bij elkaar, om samen met de Commissie-ambtenaren te beoordelen welke projecten gefinancierd worden en welke niet. Enkele maanden (en soms meer dan een half jaar, helaas) na het indienen van een projectvoorstel volgt dan de uitslag. In geval van toekenning volgt vaak een voorfinanciering; het toegezegde bedrag wordt niet meteen in z’n geheel overgemaakt. Gedurende de projectuitvoering kan er nog sprake zijn van een tussentijdse evaluatie en tenslotte, na afloop van het project, moet een inhoudelijk en financieel eindverslag ingediend worden, waarna het resterende bedrag wordt gestort.

Tot slot

Europese (co-)financiering aanvragen is goed te doen, maar doe het niet alleen en neem er voldoende tijd voor. Het zeker geen fulltime baan om een Europese subsidie te beheren, en gelukkig doet de Europese Commissie ook al jaren haar best om de processen te vereenvoudigen en versnellen, met redelijk succes. Al met al reden genoeg om te kijken of een Europees project ook voor jouw organisatie in het verschiet ligt.

Over de auteur: Arne Van Vliet richtte in 2013 het Bureau voor Europese Culturele en Creatieve Aangelegenheden (BECCA) op, waarmee hij zijn schat aan professionele en academische ervaring inbracht in de culturele en creatieve financieringssector.

Dit artikel en meer -actuele- informatie over financiering voor de culturele sector kun je in vinden in de Culturele Financieringswijzer.

Deel deze pagina

Wat Cultuur+Ondernemen kan doen voor kunstenaars, culturele organisaties en bedrijven

Bekijk ons productoverzicht