Cultuur+Ondernemen

Stichting Cultuur+Ondernemen is hét kenniscentrum voor ondernemerschap in de cultuursector.
Lees meer of plan direct een oriëntatiegesprek

Artikel over eerste bijeenkomst reeks 'De grens over'

Internationaal werken: toeval of strategie?

Stralen op een podium buiten de Nederlandse grenzen, welke kunstenaar wil dat nou niet? In opdracht van Dutch Performing Arts / Fonds Podiumkunsten organiseert Cultuur+Ondernemen de reeks  'De grens over', bestaande uit drie bijeenkomsten over werken in het buitenland. Want hoe pak je dat aan? En als het lukt, is dat toeval of strategie? Daarover ging het op de eerste bijeenkomst op 8 december 2016. 

Door Joost Heinsius

Het begint altijd met je eigen motivatie. Waarom wil je eigenlijk de grens over? Wat is de artistieke uitdaging? Wil je de confrontatie aangaan van jouw werk met andere culturen? Wil je werken met dansers, acteurs en musici uit een bepaald land? Blijkt het bevrijdend voor je eigen manier van werken? Of wil je alleen maar je eigen werk exporteren?

Zonder een duidelijk antwoord op de 'waarom'-vraag hoef je er niet aan te beginnen. Want als je je grenzen wilt verleggen, dient dat je gegund te worden, door programmeurs, door agenten, die jouw werk zien zitten en weten waar dat past. Jawel, het begint toch weer met netwerken: je laten zien op festivals, congressen en internationale platforms, een goed verhaal hebben, contacten blijven onderhouden.

Zes jaar!
Harmen van der Hoek, zakelijk leider van Club Guy en Roni, vertelde dat het zes jaar duurde om op het belangrijkste danspodium van Parijs terecht te komen: Theatre Chaillot. Zes jaar investeren in de relatie met die ene programmeur. Telkens opnieuw uitnodigen, laten praten en eten met de dansers van het gezelschap waarin hij geïnteresseerd was. Maar Harmen vertelde ook dat hun optreden in Parijs meteen nieuwe deuren opende naar andere belangrijke podia in de wereld. Die ene programmeur bleek de gatekeeper naar een ander en nieuw circuit van theaters.

Het tegenovergestelde is ook mogelijk. Direct reageren op een telefoontje van een onbekende die jou wel eens gezien heeft, je vraagt om te komen en de volgende dag op het vliegtuig stappen. Zonder dat er iets geregeld of vastgelegd is: onderdak, beloning, speelplek. Reageren vanuit je hart. Dat is wat Katrien van Beurden doet met Theatre Hotel Courage. Zij onderscheidt drie motieven: by heart, by network, by finance. Sommige dingen doet ze omdat ze geld nodig heeft, zoals workshops of het organiseren van diners voor zakenmensen en grote bedrijven, sommige verrijken haar netwerk en zijn nodig om verder te komen, maar meestal volgt ze haar passie. Iets wat ze altijd samen met haar team beslist. Willen we dit doen voor niets of hebben we geld nodig? Ze heeft nog nooit subsidie aangevraagd en is een meester in het barteren, oftewel ruilhandel bedrijven. Bijvoorbeeld een workshop voor KLM in ruil voor vliegtuigtickets, zo regelt ze ook onderdak, voedsel en ruimte om te werken. De kracht zit in haar zelf ontwikkelde werkmethode, ze werkt voor een flink deel met lokale mensen en zonder decor, waardoor de kosten laag blijven. En zo komt ze met haar werk in Amerika en Canada, maar ook in Palestina, Ghana, India en Iran. De andere kant van het verhaal is dat ze zeven dagen per week werkt en niet altijd weet of ze de huur kan betalen. Katrien kijkt nu of ze toch subsidie gaat aanvragen, al was het alleen al omdat het format van zo’n aanvraag je dwingt om goed na te denken over wat je doet en de kern eruit te halen.

Het dansgezelschap Club Guy en Roni heeft een vierjarige subsidie van het Fonds Podiumkunsten als structurele basis. Dat is een heel ander uitgangspunt. Hier zijn prestatiedoelstellingen aan verbonden, zoals aantallen voorstellingen in Nederland, die je dwingen om het internationale werk goed te plannen in de tijd. Want minder voorstellingen uitvoeren in Nederland betekent minder subsidie. Het gezelschap zelf kent een internationale samenstelling en staat op podia in Frankrijk, Duitsland, Italië, Amerika en Estland. Club Guy en Roni speelde vroeger in de vlakke vloerzalen, de voorstellingen waren kleiner en flexibeler. Nu zijn het grote zaalproducties. Die overgang maken heeft jaren gekost.

Vijf manieren
Harmen van Club Guy en Roni onderscheidt vijf manieren van werken in het buitenland:

  1. Zelf in het buitenland toeren als instelling, groep of maker.
  2. Coproduceren: samenwerken met buitenlandse partners, de kosten delen en zo een grotere productie realiseren met meer bereik.
  3. In het buitenland werken met een lokale groep en met hen een voorstelling maken.
  4. Je eigen werk in reprise nemen en in het buitenland door een groep laten uitvoeren.
  5. Door pop-up voorstellingen te doen op buitenlandse festivals. 

Internationaal werken is een lange termijn strategie, je moet jaren vooruit plannen. Een internationale coproductie uitbrengen begint vier jaar van tevoren. Partners zoeken met wie het artistiek klikt, een internationale agent die de productie kan verkopen, een productie waarbij de eis is dat het decor in een vliegtuig past. Afspraken maken gaat in eerste instantie uit van vertrouwen, maar je moet op den duur toch heel wat vastleggen, de verdeling van de opbrengsten bijvoorbeeld maar ook de artistieke eindverantwoordelijkheid, zodat je het moeilijke gesprek kan aangaan over die ene danser van een andere groep die niet goed blijkt te passen in het ensemble. 

Het grote voordeel van een internationale coproductie is de schaal waarop je kunt werken, met dertien dansers bijvoorbeeld terwijl er maar vijf op je eigen budget drukken. En de internationale tournee die er bij hoort. In veel landen zijn de uitkoopsommen hoger dan hier, dus uiteindelijk levert het ook financiële ruimte op. Maar je investeert ook jarenlang: in een internationale agent die je deelt met instellingen uit andere landen met wie je de reis- en verblijfskosten van die persoon deelt, want die zit de helft van de tijd in het vliegtuig en krijgt uiteindelijk een percentage van de uitkoopsom.

Passie en pitchen
Het begint met passie en een sterk motief, en een strategie, die voor iedereen weer heel anders is. En je hebt een goede pitch nodig. Marlies Leupen, presentatiecoach, laat verschillende deelnemers hun verhaal uitproberen op de overige aanwezigen. Dat valt niet mee. Enthousiasme is er in overvloed, maar zodra je verhaal vragen oproept bij de toeschouwer ben je ze kwijt.

Volgende bijeenkomst: 9 februari
Internationaal werken laten afhangen van het toeval? Het gaat beter met een strategie. De tweede bijeenkomst van de reeks is op 9 februari 2017 en gaat over het bouwen aan een netwerk. Het belang daarvan is na deze bijeenkomst wel duidelijk. Lees meer over de tweede bijeenkomst >

Joost Heinsius is cultureel adviseur. Voor zijn onderneming Values of Culture & Creativity schrijft hij onder meer over de verbindingen tussen kunst en samenleving; over het samenspel en de spanning tussen artistieke, sociale en economische waarden. 

Deel deze pagina

Wat Cultuur+Ondernemen kan doen voor kunstenaars, culturele organisaties en bedrijven

Bekijk ons productoverzicht