Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK Beroepskosten en de WWIK

Beroepskosten en de WWIK
 
In de WWIK krijgt u op drie verschillende manieren te maken met beroepskosten. Welke beroepskosten zijn er? 
  • Directe beroepskosten 
  • Vaste en variabele beroepskosten 
  • Werkelijk gemaakte beroepskosten en het beroepskostenforfait
 
Directe beroepskosten
Directe beroepskosten zijn kosten die u (eenmalig) maakt voor een optreden of een product ten behoeve van een specifieke opdracht. Dit zijn geen kosten die u structureel maakt. Deze kosten zijn enkel voor Cultuur-Ondernemen van belang te weten, omdat wij hiermee het inkomen uit kunstenaarschap berekenen. Voorbeelden van directe beroepskosten treft u hieronder.
 
Podiumkunsten
 
Directe beroepskosten
  • Apart vermelde reiskostenvergoeding
  • Huur apparatuur/instrument specifiek voor een optreden
  • Huur studio/ruimte specifiek voor een optreden
  • Huur kostuums/rekwisieten specifiek voor een optreden/project.
Geen directe beroepskosten
  • Uitbetaling via KVR.
  • Verzekering van instrumenten.
  • Materiaalkosten waarmee langer gedaan wordt dan één optreden (snaren, rieten).
  • Reparatiekosten instrumenten.
  • Afschrijving instrumenten/apparatuur.
  • Investeringen voor een demo-cd, dvd, video, etc.
  • Huur repetitieruimte.
  • Promotiemateriaal.
  • Lidmaatschappen.
 
Beeldende kunst
 
Directe beroepskosten
  • Materiaalkosten specifiek ingekocht voor het verkochte product (éénmalig gebruik).
  • Apart vermelde reiskostenvergoeding.
  • Huur apparatuur/verzekering specifiek voor de opdracht/het verkochte werk.
  • Commissie/provisie aan derden m.b.t. het verkochte product.
  • Kosten betaald aan derden m.b.t. het verkochte product.
Geen directe beroepskosten
  • Kosten van materiaal waar meer dan één werk wordt gemaakt (tubes verf, voorraad voor spieramen, beeldhouwmateriaal, etc)
  • Huur van apparaten/gereedschap waarmee meer dan één werk/opdracht wordt gemaakt.
  • Verzekering, afschrijving, investeringen, promotiemateriaal, atelier, lidmaatschappen, etc.
Vormgeving
 
Directe beroepskosten
  • Huur van apparaten/gereedschap specifiek voor de opdracht.
  • Kosten van materiaal specifiek ingekocht voor het verkochte product (éénmalig gebruik).
  • Apart vermelde reiskostenvergoeding.
  • Commissie/provisie aan derden mbt verkocht product.
  • Drukkosten.
Geen directe beroepskosten
  • Huur van apparaten/ gereedschap waarmee meer dan één opdracht wordt gemaakt.
Vaste en variabele beroepskosten
Directe beroepskosten vallen onder de variabele beroepskosten, omdat deze elk jaar weer anders kunnen zijn. Maar er zijn ook kosten die u structureel maakt. Dit worden vaste beroepskosten genoemd. De centrumgemeente betrekt zowel de vaste als de variabele kosten bij een inkomenstoetsing. Dit gebeurt bij toetreding, of bij het berekenen van de inkomsten in het kader van de progressie-eis.  
 
Vaste beroepskosten zijn atelierhuur, afschrijvingen, verzekeringspremies e.d. Variabele beroepskosten zijn materiaal, onderhoud, vervoerskosten, etc. De vaste beroepskosten kunnen rechtstreeks worden overgenomen uit uw resultatenrekening of jaarrekening van het laatste kalenderjaar. Voor de berekening van de variabele beroepskosten wordt eerst over uw afgelopen boekjaar het percentage variabele beroepskosten berekend. Dat percentage wordt vermenigvuldigd met het inkomen dat u de afgelopen 12 kalendermaanden (de referteperiode) heeft verdiend. 
 
Als er een groot verschil is tussen de beroepskosten in het jaar van de jaarrekening en de beroepskosten in de referteperiode, dan kan u een kostenopgave overleggen. Podiumkunstenaars kunnen een kostenvergoedingbeschikking overleggen als zij in loondienst hebben gewerkt en geen jaarrekening hebben. Als u op het moment van de beoordeling van de progressie-eis geen jaarrekening kunnen overleggen, wordt uitgegaan van voorlopige jaarcijfers.
 
Het beroepskostenforfait en de werkelijk gemaakte beroepskosten. 
Beroepskostenforfait: bij de definitieve vaststelling wordt altijd een vast bedrag aan beroepskosten van uw totale inkomsten afgetrokken voordat wordt berekend of u in dat kalenderjaar teveel WWIK hebt ontvangen. Voor het actuele bedrag, klikt u hier.
 
Werkelijk gemaakte beroepskosten: als de werkelijke beroepskosten die u maakt als kunstenaar meer bedragen dan het beroepskostenforfait, mag u de meerkosten aftrekken van het overige (gezins)inkomen. U moet deze kosten wel daadwerkelijk kunnen aantonen met aankoopbonnen. Bij de eindafrekening worden de maanden dat u niet in de WWIK zit niet meegenomen in de berekening.